Vetpercentage meten

Vetpercentage meten








Natuurlijk kan je elke dag op de weegschaal gaan staan, maar er speelt meer mee in je algehele fitheid dan alleen je gewicht. Het lichaam bestaat uit veel verschillende onderdelen die allemaal hun eigen invloed hebben op je gezondheid en prestaties. We bekijken de belangrijkste instrumenten om onder andere je vetpercentage te meten. 

Door Esmee Marsé, diëtiste bij Diëtistenpraktijk Zwijndrecht 



Huidplooimeting 

Een van de meest betrouwbare manieren om het lichaamsvetpercentage te meten is de huidplooimeting. Er worden doorgaans meerdere soorten huidplooimetingen toegepast. De vierpuntsmeting (bicep, tricep, schouder en heup), en de zevenpuntsmeting (vierpuntsmeting plus oksel, borst en dijbeen). Er zijn meer soorten huidplooimetingen beschikbaar, maar deze zijn het meest gebruikt en meest betrouwbaar, mits ze door een professional worden uitgevoerd. Een klein verschil in het meetpunt kan namelijk al een afwijking van enkele procenten vetmassa veroorzaken. Bij een huidplooimeting meet je het subcutaan (onderhuids) vetweefsel. De som van de gemeten plooien staat tegenover een vetpercentage in een tabel.

Voordelen: Betrouwbaar mits goed uitgevoerd

Nadelen: Gevoelig voor meetfouten














Bio-impedantiemeting (BIA) 

Bij een bio-impedantiemeting wordt er via de voeten een zwakstroom naar de handen gestuurd. Dit kan door op een weegschaal te staan met blote voeten en een speciaal handvat vast te houden, of door op een behandeltafel of bed te liggen met elektroden op de handen en voeten geplakt. De stroom meet dan de weerstand of geleiding van de cellen die deze onderweg tegenkomt. Zo krijg je een redelijk totaalplaatje van de binnenkant van je lichaam. Je voelt hier meestal niets van, hooguit een lichte tinteling maar dit kan ook mentaal zijn. Vaak meet een BIA meter je spier- en vetmassa, vochtpercentage, en soms ook visceraal (buik)vet en botmassa. Er zijn veel soorten BIA meters op de markt, variërend van enkele tientjes tot een paar duizend euro. Vaak heeft een BIA meter een marge. Hiermee is deze methode dus niet zo betrouwbaar als de huidplooimeting, maar wel vollediger.

Voordelen: snel een totaal lichaamsplaatje, iedereen kan het

Nadelen: maakt geen onderscheid tussen lichaamseigen stoffen en stoffen in bijvoorbeeld het maag-darmkanaal. Zwangere vrouwen en personen met een pacemaker kunnen er geen gebruik van maken.
Om de veranderingen in je lichaam te meten kan je ook gebruik maken van een eenvoudig meetlint. Door je middelomtrek en je heupomtrek te meten, kan je al veel leren over je gezondheid. Als je je middelomtrek deelt door de heupomtrek, krijg je de middel-heupratio. Bij vrouwen is deze ratio gezond onder de 0.8 en bij mannen onder de 0.95.

Naast je buik en middel kan je ook je biceps meten (gespannen en ontspannen om te zien hoeveel spier je hebt), en je bovenbenen en je kuiten (ook gespannen en ontspannen). Deze meetmethode zegt enkel iets over omvang, maar niet over vet- of spiermassa. Daar kan je dan beter de huidplooimeting voor gebruiken. De bovenarmspieromtrek in combinatie met de tricipitale huidplooi kunnen wel worden gebruikt om de spieren in de bovenarm te bepalen. Deze methode is echter niet betrouwbaar.

Voordelen: eenvoudig en snel

Nadelen: je meet enkel massa, maar maakt weinig onderscheid in vet- of spiermassa. Opgeblazen buik geeft een vertekend beeld.












De Bod Pod is een soort ei waarin je plaatsneemt en dan volledig afsluit. Door middel van luchtdruk meet de Pod je gewicht, dichtheid, en hiermee ook lichaamssamenstelling. Een onderwaterweging doet hetzelfde, maar dan neem je plaats in een soort bad en gaat je hoofd niet onder water, waardoor deze niet wordt meegenomen in de meting. Deze methoden zijn erg precies, maar ook erg duur. De Bod Pod kost bijvoorbeeld tweedehands al $27.000, en dan heb je een koopje!

Voordelen: Veilig, snel en heel erg precies

Nadelen: Erg duur in de aanschaf
Er is een groot verschil in de precisie van meetinstrumenten voor de lichaamssamenstelling. Elke manier heeft wel voor- of nadelen. Om je voortgang te tracken is het het best om bij één meetmethode te blijven. Het gaat niet om de bestemming, maar om de reis ernaartoe. Het maakt niet uit of je ergens een procentje boven- of onder zit, als er maar een stijgende lijn zichtbaar is.








Reactie plaatsen